Uw zoekopdracht komt in het volgende document voor:

Document: waterkwaliteit_nmt_vgt_199911.pdf

Klik hier om de pdf te downloaden

Waterkwaliteit van tandheelkundige units.
A.J. Feilzer1,2, E.T.J. Kolsteeg3, J.A.T. Berendsen2 en A.G.M. Rietmeijer2
¹ ACTA
² NMT-werkgroep technologie (WTECH)
³ VGT
Correspondentieadres:
ACTA
Afdeling Tandheelkundige Materiaalwetenschappen
Prof.dr. A.J. Feilzer
Louwesweg 1
1066 EA AMSTERDAM
tel: 020-5188335
fax: 020-6692726
email: a.feilzer@acta.nl
28 november 1999
Inleiding.
In de dagelijkse praktijkvoering van
de tandarts vervult het water dat uit de
tandheelkundige unit komt een onmisbare
functie. Het wordt gebruikt om tijdens de
behandeling te koelen, slijpsel en speeksel
af te voeren, de preparatie te reinigen en, via
de drinkglasvuller, om te spoelen en te
drinken. In Nederland is in de meeste
gevallen de tandheelkundige unit op het
openbare drinkwaterleidingnet aangesloten.
Drinkwater is niet steriel en mag in beperkte
mate micro-organismen bevatten. Het
gebruik van drinkwater als tandheelkundig
koel-/spoel-/spraywater bij niet invasieve
handelingen is wereldwijd geaccepteerd.
Evenzo is het de standaard om bij invasieve
handelingen dient men steriele vloeistoffen
als koel-/spoel-/spraywater te gebruiken.
Bij het opstellen van de Richtlijn
Tandheelkunde van de Werkgroep Infectie-
Preventie (WIP-Richtlijn) die in 1995 werd
gepubliceerd werd een aantal knelpunten
gesignaleerd waarvoor nog niet direct een
oplossing voor handen was. Dit betrof het
reinigen, desinfecteren en steriliseren van
hand- en hoekstukken en de kwaliteitsvermindering
van het koel-/spoel-/spraywater
in de tandheelkundige unit als gevolg van
stasis in de leidingen. Naast dit probleem
dient ook de vraag te worden gesteld wat er
gebeurt met de eigenschappen van het
water in het traject tussen de watermeter en
de aansluitbox van de unit. Het ligt voor de
hand om aan dit koel-/spoel-/spraywater van
de tandheelkundige unit dezelfde kwaliteitseis
te stellen als aan drinkwater.
In het algemeen wordt deze
kwaliteit, als gevolg van groei van het aantal
micro-organismen in de unit, niet gehaald.
Hierdoor loopt niet alleen de patiënt een
onbekend infectierisico maar ook zou er voor
het tandheelkundig team een probleem op
het gebied van de arbeidsomstandigheden
(ARBO) kunnen bestaan. In de literatuur is
bv. aangetoond dat het tandheelkundig team
een hogere titer antistoffen tegen Legionella
pneumophilia heeft dan een vergelijkbare
controlegroep in de samenleving.
Desondanks, hebben wij geen
enkele literatuurverwijzing kunnen vinden
waarin van een infectierisico voor de patiënt
of ARBO-risico voor het team wordt aangetoond.
Wel blijkt dat rokers en medisch
gecompromitteerde patiënten vatbaarder zijn
voor legionellose.
In eerdere publicaties in het NT is
aan de stand van zaken betreffende het
reinigen, desinfecteren en steriliseren van
hand- en hoekstukken uitgebreid aandacht
besteed. In deze publicatie willen wij een
overzicht geven van de stand van zaken met
betrekking tot de kwaliteit van het koel-/spoel-
/spraywater van de tandheelkundige unit.
Van drinkwater naar tandheelkundig
koel-/spoel-/spraywater.
Tussen het aansluitpunt aan de
watermeter en de spraykop van een
instrument wordt door het water een lange
weg doorlopen.
Waterkwaliteit aan de watermeter(input)
In Nederland is de kwaliteitsnorm van
drinkwater gesteld op maximaal 200 kolonievormende
eenheden per ml (kve/ml, engels:
colony forming units; cfu/ml), daarnaast
mogen er geen specifieke micro-organismen
zoals bv. Escheria Coli en Legionella in
voorkomen. Bij het opstellen van dergelijke
normen heeft de detectiegrens van de
methode om bepaalde micro-organismen aan
te tonen invloed op de normwaarde. Zo is de
detectiegrens van de methode om Legionellastammen
aan te tonen ongeveer 500-1000
bacteriën per ml.
Deze waarde wordt nu door het
ministerie van Volksgezondheid als norm
gesteld. Echter, Legionella is een gewone
water- en grondbacterie en kan altijd in een
niet meetbare concentratie in het water
voorkomen.
Het waterleidingbedrijf garandeert de
normkwaliteit tot de watermeter. Daardoor is
de kwaliteit van het Nederlandse drinkwater
is in principe goed genoeg om in de
algemene praktijk als tandheelkundig koel-
/spoel-/spraywater toe te passen.
Waterkwaliteit aan het aansluitpunt van de
unit.
Het inpandige leidingstelsel tussen
watermeter en unit dient zo te zijn ontworpen
dat het de waterkwaliteit niet nadelig
beïnvloedt. Naast het ontwerp speelt ook het
materiaal waarvan de leidingen zijn
vervaardigd een rol en het feit of er een
waterbehandelingsinstallatie (bv. een ontharder)
in het systeem is opgenomen. In
vergelijking met koperen leidingen wordt in
kunststof leidingen makkelijker een biofilm
gevormd waarin micro-organismen zich
vermeerderen. Een biofilm is een slijmerige,
eiwitrijke laag die wordt gevormd door en
bestaat uit micro-organismen die zich
voeden met de mineralen die in het
drinkwater voorkomen. Deze laag is op
zichzelf weer een voedingsbodem voor
andere bacteriën zoals bv. Legionella.
Een wateronthardingsinstallatie is
een voorbeeld van een waterbehandelingsinstallatie
die door het bouwontwerp een
geliefde broedplaats voor micro-organismen
kan zijn.
Legionella groeit pas bij temperaturen
tussen 20 en 37 0C optimaal en kan bij
hogere temperaturen (tot 55 0C) nog doorgroeien.
Pas bij 60 0C is er zekerheid dat de
bacterie wordt gedood. Wanneer koudwaterleidingen
vlak langs b.v. centrale
verwarmingsleidingen lopen of wanneer de
leidingen op een ander manier worden
opgewarmd (door nabij liggende warmwaterleidingen
of door de zon verwarmde
buitengevels) kan het voorkomen dat de
temperatuur van het water regelmatig boven
de 20 0C komt.
Hierdoor ontstaan er omstandigheden
dat Legionella zich kan vermeerderen.
De kans dat dit probleem zich
voordoet is groter bij zgn. dode leidingen en
lange inpandige leidingen. Dit probleem kan
zich ook in warmwaterleidingen voordoen bij
een te laag ingestelde (boiler-)temperatuur
of wanneer deze erg lang zijn waardoor de
temperatuur in de leiding te veel afneemt.
Besmetting met Legionella bij
mensen vindt voornamelijk plaats via de
longen. Het inademen van aërosolen vormt
daarom een groter risico dan het drinken van
besmet water. Bij het douchen en tijdens
tandheelkundige behandelingen worden
grote hoeveelheden aërosolen gevormd.
Gezien de relatief lage omgevingstemperatuur
in Nederland is, bij een goed
ontworpen leidingenstelsel, de kans op
Legionella-besmetting gering.
Waterkwaliteit aan de uitgang van de unit
(output).
Verontreiniging van het water in de
unit kan op drie manieren plaats vinden:
vanuit het aanvoerend leidingsysteem (zie
vorige paragraaf), vanuit in de unit gegroeide
micro-organismen en als gevolg van terugzuiging
of retractie: het, via de instrumenten,
in de unit terugstromen van mondvloeistoffen.
Micro-organismen die reeds in het
water aanwezig waren kunnen in de unit
wanneer de omstandigheden daarvoor
gunstig zijn groeien. In tegenstelling tot het
openbare leidingstelsel dat vaak van koper is
vervaardigd en daarom over antibacteriële
eigenschappen beschikt is het materiaal van
het interne leidingstelsel van een unit vaak in
kunststof uitgevoerd.
Wanneer de kunststofleidingen van
een nieuwe unit met drinkwater worden
gevuld ontstaat in zeer korte tijd (binnen acht
uur) een biofilm waarin snelle vermenigvuldiging
van micro-organismen optreedt.
De groeisnelheid wordt verder
verhoogd wanneer in het leidingstelsel van de
unit een boiler is geplaatst die het koel-
/spoel/spraywater op een voor de patiënt
aangename temperatuur houdt (veelal
ongeveer 30 0C). Een volgende omstandigheid
die bijdraagt aan een grote groei van
micro-organismen in het leidingstelsel van de
unit is ongunstige verhouding tussen het
wandoppervlak en de inhoud van de
leidingen. Dit tezamen met de lage doorstroomsnelheid
van een unit (slechts enkele
liters water per dag) draagt in belangrijke
mate bij aan de interne vervuiling van de
tandartsunit.
In een conventionele tandartsunit kan
er ook nog een risico bestaan van
verontreiniging van de unitleidingen als
gevolg van het via de hand- en hoekstukken
terugzuigen van uitwendige vervuiling.
Vroeger werden er zelfs speciale
afsluiters (magneetventielen) toegepast die
terugzuiging moesten bewerkstellingen om te
voorkomen dat instrumenten na terugplaatsing
in de parkeerhouder zouden
nadruppen.
Een techniek die, tot onze verbazing,
thans weer is geïntroduceerd bij de
preparatiemethoden op basis van zandstralen
(KCP, kinetic cavity preparation). Om
terugzuiging te voorkomen zijn moderne
hand- en hoekstukken en/of de koppelingen
voorzien van terugslagkleppen welke het
risico op terugzuiging voorkomen.
Luchtkwaliteit.
In de spraykop van diverse
instrumenten wordt met behulp van
perslucht een water-luchtspray (aërosol)
gemaakt. Wanneer er geen goede filtering
van de perslucht plaatsvindt kan deze ook
micro-organismen bevatten.
In het compressievat van oudere
typen compressoren, welke niet zijn voorzien
van een luchtdroger, slaat condenswater
neer. Wanneer dit niet regelmatig wordt
afgetapt kunnen hierin ook microorganismen
groeien welke het spraywater
via het luchtkanaal kunnen verontreinigen.
Richtlijn tandheelkunde WIP.
In de richtlijn tandheelkunde van de
Werkgroep Infectie Preventie (WIP) wordt
geadviseerd om technische aanpassingen
door te voeren om contaminatie van de
unitleidingen als gevolg van terugzuiging via
de hand- en hoekstukken te voorkomen.
Waar een unit is uitgerust met een
waterdesinfectiesysteem adviseert de WIP
die wel te blijven gebruiken ondanks het feit
dat onvoldoende duidelijk is of deze
systemen het gewenste effect hebben.
Naast deze technische adviezen,
adviseert de richtlijn WIP om bij aanvang
van de werkdag voor de eerste behandeling
de waterleidingen gedurende 2 minuten door
te spoelen. Daarna moet voor iedere nieuwe
patiënt 20 seconden worden doorgespoeld.
Door de verdunning die hiervan het gevolg is
zal de concentratie van micro-organismen
dalen. Het opvolgen van de in de richtlijn-
WIP geformuleerde adviezen zal er bij
conventionele units zelden toe leiden dat het
nivo van de drinkwaternorm (max. 200
kve/ml) wordt bereikt.
Daarnaast wijst de WIP op de
noodzaak van een goede nevelafzuiging ten
einde de kans op het inademen van
aërosolen zo klein mogelijk te houden.
Waterkwaliteitscontrole.
Zowel wanneer systemen worden
toepast waarmee men de waterkwaliteit kan
beheersen (ontkiemingsinstallaties) als in de
situatie wanneer men dit niet doet behoort
het tot de verantwoordelijkheid van de
tandarts om zich regelmatig op de hoogte te
stellen van de kwaliteit van het koel-/spoel-
/spraywater van de unit.
In alle gevallen kan men de microbiologische
waterkwaliteit evalueren door
middel bepalen van het aantal kolonie
vormende eenheden per ml. Bij het
toepassen van doorspoelprotocollen kan men
zelfs niet anders.
Deze bepaling kan men zelf
uitvoeren met speciale kweekcellen die van
een specifieke voedingsbodem zijn voorzien
(dip-slides). Ook is het mogelijk om de
bepaling uit te besteden aan commerciële
laboratoria. Omdat met de kweek van microorganismen
veel tijd is gemoeid leiden de
testresultaten slechts tot een beoordeling van
de kwaliteit van enkele dagen geleden en niet
die van het moment.
Wanneer ontkiemingsinstallaties
worden toegepast die werken op basis van
verwarming van het water kan men de juiste
werking bepalen door te controleren of de
vereiste temperatuur/tijd wordt gehaald.
Bij systemen welke desinfecterende
chemicaliën toevoegen (bv. peroxiden) kan
met de concentratie van de chemicaliën in
het koelwater chemisch bepalen, bijvoorbeeld
met teststripjes.
Wanneer een juiste chemische
concentratie wordt gemeten en men op de
hoogte is van de effectiviteit van het desinfectans
heeft men ook een beeld van de
micro-biologische situatie. In deze gevallen is
kan het overbodig zijn om het aantal kve/ml
te bepalen en is men dan op de hoogte van
de waterkwaliteit van het moment in plaats
van die van enkele dagen geleden.
Ontkiemingsinstallaties.
Door een ontkiemingsinstallatie te
plaatsen kan men met chemische middelen
of met thermische methoden de unit
desinfecteren. Voor een betrouwbare werking
van een ontkiemingsinstallatie zal de unit de
eerste maal grondig moeten worden
gereinigd (alle biofilm moet worden
verwijderd) waarna de ontkiemingsinstallatie
de waterkwaliteit op peil kan houden.
Dit zou bij plaatsing van de installatie
onder verantwoording van de leverancier
kunnen geschieden. Het dagelijks geprotocolleerd
onderhoud en de kwaliteitscontrole is
een taak voor de tandarts.
Wanneer men met chemische
middelen de biofilm wil afbreken kan dit het
beste geschieden met hogere concentraties
van bijvoorbeeld chloorhoudende producten,
peroxiden of ozon.
Dit soort producten breken de
biofilm snel en effectief af. Echter, zij hebben
als nadeel dat zij op vrijwel alle metalen
delen van de unit (koppelingen en kleppen)
waarmee zij in contact kunnen komen
oxiderend werken. Bij continue gebruik van
oxiderende desinfectantia kunnen er ook
nog problemen met de kunststofleidingen
ontstaan.
Dit soort chemicaliën breekt de
weekmakers, welke in de meeste soorten
kunststofleidingen voorkomen, af. Hierdoor
worden de flexibele leidingen brosser en
kunnen daardoor op termijn breken of gaan
lekken.
De meeste conventionele units zijn,
naar onze inschatting, niet bestand tegen
langdurig blootstelling aan oxiderende
desinfectantia. Bij het kortstondig toepassen
van dit soort desinfectantia vormt dit geen
probleem. Een kwartier doorspoelen van de
unit met een 5% oplossing van bleekwater
heeft reeds als effect dat de biofilm
verdwijnt.
Eigen onderzoek van de WTECH
(NMT-werkgroep technologie) heeft aangetoond
dat een unit welke grondig is
gereinigd met een lage concentratie
bleekwater en daarna met gewoon
leidingwater wordt gevoed minstens één dag
vrijwel steriel water levert.
Wanneer men continue oxiderende
chemicaliën met het koel-/spoel-/spraywater
mee mengt dient men om bovengenoemde
problemen te voorkomen de metalen delen
door roestvast staal en de kunststof delen
door teflon te vervangen. Roestvast staal is
niet magnetisch. De electrisch gestuurde
magneetventielen zijn dus nooit van
roestvast staal en daarom niet bestand
tegen oxiderende vloeistoffen. Zij zullen bij
toepassing van dit soort apparatuur moeten
worden vervangen voor corrosiebestendige
kleppen.
Een ander nadelig effect van de
corrosieactiviteit is dat, als gevolg van de
oxidering, de werkzaamheid van het
toegevoegde desinfectans sterk kan
afnemen.
Het is opvallend dat geen enkele
fabrikant van ontkiemingsinstallaties de
gebruiker tegen dit soort effecten waarschuwt.
Zo zal ook na het installeren van
ontkiemingsinstallaties regelmatig kwaliteitscontrole
van het koel-/spoel-/spraywater
moeten worden uitgevoerd.
Aansluitingseisen van ontkiemingsinstallaties.
Wanneer men in Nederland een
apparaat op het waterleidingnet aan wil
sluiten zal het waterleidingbedrijf bepaalde
eisen stellen aan de aan hun klanten om
zekerheden af te dwingen waardoor zij
kunnen garanderen dat de drinkwaterkwaliteit
aan de eisen blijft voldoen.
Zo is er in elke huisaansluiting bij de
hoofdkraan een terugslagklep vereist die bij
het wegvallen van de druk in het openbare
leidingstelsel voorkomt dat water uit
aangesloten woningen terug kan vloeien in
het leidingstelsel.
Een zelfde, extra klep is vereist bij
het plaatsen van een tandheelkundige unit en
bijvoorbeeld een röntgenfoto-ontwikkelmachine.
Wanneer men apparatuur aansluit
waarmee stoffen aan het drinkwater worden
toegevoegd worden zwaardere eisen gesteld.
De zwaarte van de te plaatsen veiligheidsvoorziening
wordt o.a. bepaald door de
eigenschappen van de toe te voegen stof.
In Nederland is het niet de
verantwoording van de fabrikant maar van de
praktijkhouder om te zorgen voor
toestemming van het waterleidingbedrijf voor
plaatsing van dergelijke apparatuur. Wij zijn
van mening dat de tandarts hierbij alle
ondersteuning mag verwachten van de firma
die de apparatuur zal plaatsen.
Wij constateren dat lang niet alle
leveranciers op de hoogte zijn van de
plaatsingseisen.
Wanneer de fabrikant zijn apparaat
heeft laten testen zodat het over een KIWA
verklaring ‘watertechnische veiligheid’
beschikt zal er altijd positief worden beschikt.
Navraag bij KIWA laat zien dat er geen
enkele tandheelkundige voorziening in
Nederland hierover beschikt.
Het is onze inschatting dat voor de
bovengenoemde apparatuur een relatief
zware eis zal worden gesteld die in zal
houden dat tussen de unit en de wateraansluiting
een soort breekvoorziening dient
te worden geplaatst. Bij de aanschaf van een
ontkiemingsinstallatie kunnen de extra
kosten van dit soort veiligheidsvoorzieningen
behoorlijk oplopen.
Verantwoordelijkheden van
tandarts en fabrikanten.
In juridische zin is de gebruiker (de
tandarts) verantwoordelijk voor de kwaliteitveranderingen
die tussen de watermeter en
het aansluitpunt van de unitoptreden.
Hoewel de tandarts verantwoordelijk
is voor de kwaliteitsbeheersing van het unit
koel-/spoel-/spraywater heeft de fabrikant
hierin ook een verantwoordelijkheid.
Een tandartsinstallatie valt onder de
Nederlandse Wet Medische Hulpmiddelen.
Dit is een wet die is gebaseerd op een door
de EU opgestelde richtlijn. Alle lidstaten van
de EU zijn verplicht om de eisen van de
richtlijn in wetten te vertalen. Op basis van
deze wet dient de fabrikant van het
medische hulpmiddel het product, om dit
binnen de EU te mogen verkopen, zowel
voor de patiënten als voor de gebruikers van
de instrumenten, te testen op veiligheid.
Als bewijs dient er een conformiteitsverklaring
te worden afgegeven waarin wordt
verklaard dat het medisch hulpmiddel aan de
eisen van de richtlijn voldoet. Het hulpmiddel
moet dan van het Europese veiligheidskenmerk,
het CE-label, worden voorzien.
Deze regeling heeft als gevolg dat
de fabrikant van een unit er op zou kunnen
worden aangesproken wanneer de kwaliteit
van het water tijdens het verblijf in de unit in
biologisch opzicht verslechtert. Inmiddels lijkt
het dat het waterkwaliteitsprobleem door
vele fabrikanten is onderkend en wordt er
aan oplossingen gewerkt.
Eén van de oplossingssuggesties
van de fabrikanten is het toepassen van de
inmiddels ontwikkelde ontkiemingsapparatuur.
Vele fabrikanten claimen dat zij
hiermee bovengenoemd probleem hebben
opgelost. In werkelijkheid blijkt dat veel van
deze oplossingen zijn gebaseerd op het
toevoegen van chemicaliën aan het
inkomende drinkwater waardoor het ene
probleem; een blootstelling aan, met microorganismen
verontreinigde, aërosolen wordt
ingeruild voor een ander probleem; blootstelling
aan met chemicaliën verontreinigde
aërosolen.
Korte, middellange en lange
termijn oplossingen.
De tandarts die meer betrouwbaarheid wil,
kan kiezen uit een aantal maatregelen:
Op korte termijn kan men naast de adviezen
die in de WIP-richtlijn worden geadviseerd
slechts enkele aanvullende maatregelen
nemen. Dit betreft het buiten werking stellen
van de unit boiler en de eventueel geplaatste
wateronthardingsinstallatie (wanneer bij
testen blijkt dat deze de kwaliteit negatief
beïnvloedt). De boiler dient bij voorkeur
geheel te worden uitgebouwd.
Op middellange termijn kan men de volgende
maatregelen nemen:
– om de kwaliteit van het water aan de
ingang van de unit te beheersen (input):
 het bij het aansluitpunt van de unit plaatsen
van UV-desinfectieinstallatie. UV-bestraling is
een effectieve milieuvriendelijke manier om
micro-organismen in het water te doden. Een
adequate werking van de UV-unit kan op
elektronische wijze door middel van een UVsensor
worden gecontroleerd.

– het afkoppelen van de unit van het
drinkwaterleidingnet en omschakelen op een
eigen watervoorziening (bv. bottlesysteem):
Er zijn diverse systemen op de markt waarmee
de unit op eenvoudige wijze van een
eigen waterbron kan worden voorzien. Omdat
de tandarts zelf de flessen dient te vullen kan
men ook op zeer eenvoudige wijze
(periodiek) desinfectantia aan het water
toevoegen.
– om de kwaliteit van het water in de
unit te beheersen (throughput):
 plaatsing van ontkiemingsinstallaties ter
plaatse van de aansluiting van de unit aan het
waterleidingnet. Hiervan zijn inmiddels vele
systemen op de markt. Zij kunnen de waterkwaliteit
op verschillende manieren
verbeteren: thermisch desinfecteren, door
middel van UV-straling desinfecteren of
bijvoorbeeld d.m.v. het toevoegen aan het
unit water van chemische desinfectantia.
 De laatste methode kan continue worden
uitgevoerd of incidenteel d.m.v. een
reinigingsregiem.
 Gezien het mogelijke destructieve effect dat
chemische toevoegingen aan het koel-/spoel-
/spraywater op de unit kan hebben, adviseren
wij om hierover contact op te nemen met de
leverancier van de unit en om de afspraken
zeer duidelijk schriftelijk vast te leggen.
– om de kwaliteit van het water uit de
unit te beheersen (output):
plaatsing van micro-filters aan het eind van
de unitslangen. Met een dergelijk systeem
accepteert men dat de unit verontreinigd is
en tracht men met micro-filters alle microorganismen
tegen te houden. Aan de
betrouwbaarheid (tegen doorbraak) van
dergelijke filters worden dan hoge eisen
gesteld. Ook zal men de filters regelmatig
(bv. éénmaal per dag) moeten vervangen.
Bij het toepassen van een watervoorziening
los van de waterleiding (b.v. flessen):
Door de plaatsing van onafhankelijke
waterreservoirs. kan de tandarts zelf
bepalen wat voor water er als tandheelkundig
koel-/spoel-/spraywater wordt
gebruikt.
Het waterreservoir (bv. een fles) zal
regelmatig moeten worden gedesinfecteerd
of gesteriliseerd. Het reservoir dient niet te
groot te zijn. Zodat het maximaal voor één
werkdag water kan bevatten. De kwaliteit
van het water waarmee het reservoir wordt
gevuld dient betrouwbaar te zijn of vooraf te
worden gecontroleerd. Men kan bijvoorbeeld
het water eerst enige tijd koken zodat men
zeker weet dat het vrijwel steriel zal zijn.
Met dit systeem is het eenvoudig om
zelf desinfectantia aan het water toe te
voegen. Men dient zich bij deze oplossing te
realiseren dat de kwaliteit van water dat in
gebottelde vorm wordt aangeschaft niet altijd
even goed is.
Uit recent onderzoek van de Clinical
Research Associates blijkt dat het vaak
voorkomt dat water dat in flessen wordt
verkocht of water dat uit drinkwaterfonteintjes
komt sterk is gecontamineerd
met micro-organismen (ranges van 0 –
85.000.000 Kve/ml).
Om bovengenoemde problemen te
voorkomen zou men op lange termijn een
geheel nieuwe unit kunnen aanschaffen
waarvan het ontwerp gunstiger is dan de in
gebruik zijnde unit. Op dit moment is de
meest milieuvriendelijke benadering die
waarbij de unit regelmatig intern wordt
gedesinfecteerd met water van ongeveer 80
0C.
Wanneer men deze benadering
combineert met een methode waarbij men
zeker is van de kwaliteit van het ingaande
water (bv. een uv-bron die de kwaliteit van
het ingaande water beheerst of met een
eigen watervoorziening) lijkt het er op dat
men met deze oplossing kan werken met
tandheelkundig koel-/spoel-/spraywater dat
vrij is van micro-organismen en chemicaliën.
Rol NMT.
Internationaal gezien worden er door
diverse instanties acties ondernomen om een
oplossing voor bovengenoemd probleem te
vinden.
De NMT heeft via haar deelname in
de normcommisie tandheelkunde dit
probleem internationaal bij de fabrikanten van
tandheelkundige installatie neergelegd.
Uitgangspunt hierbij vormt de eis dat
het unit koel-/spoel-/spraywater in fysisch,
chemisch en bacteriologisch opzicht veilig is
voor patiënten en team en dat het wat smaak
en temperatuur betreft comfortabel is voor
onze patiënten.
Binnen de Internationale Standaard
Organisatie (ISO) is er thans een werkgroep
bezig met een normontwerp op de kwaliteit
van het unit koel- en spoelwater.
De American Dental Association
(ADA) heeft een speciale werkgroep
opgericht die zich met dit probleem
bezighoudt.
Een belangrijke hindernis om te
komen tot een internationaal gedragen
oplossing vormt het feit dat de tandartsinstallatie
in overgrote meerderheid is aangesloten
op het openbare drinkwaterleidingnet.
Zelfs in westerse landen is deze
kwaliteit zeer wisselend. Om dit probleem op
te lossen is het een optie om de unit van een
eigen waterbron te voorzien.
Besluit.
Wanneer men desinfecterende
middelen aan het unit koel-/spoel-/spraywater
toevoegt heeft dit meestal tot gevolg dat het
koelwater op chemische gronden niet meer
aan de norm van drinkwater voldoet.
Vaak zal de chemische toevoeging
(bv. in geval van aminehoudende toevoegingen)
nog in het uit de unit komende
water zitten. Dit hoeft niet altijd zo te zijn.
Bijvoorbeeld in het geval van
toegevoegd ozon kan het zo zijn dat alle
ozon in de installatie wordt verbruikt waardoor
er zuiver en schoon drinkwater uit de
unit komt. Het kan in principe zo zijn dat er
‘schoner’ water uit de unit komt dan er in
ging. Dit is een belangrijke constatering voor
situaties waar de waterkwaliteit van het
‘drinkwater’ niet aan de norm voldoet.
Wanneer desinfectantia nog in de
nevel van het koel-/spraywater voorkomen
en deze nevel niet adequaat wordt afgezogen
zal zowel de patiënt als het team aan
deze stoffen worden blootgesteld.
De te verwachten effecten van dit
soort stoffen op de gezondheid van patiënt
en/of het team wordt door geen enkele
fabrikant genoemd.
Van de effecten van het inademen
van gecontamineerde of chemisch
verontreinigde aërosolen is bijna geen
literatuur voorhanden.
Het is onze inschatting dat alle
geadviseerde desinfectantia in meer of
mindere mate een risico kunnen vormen. Wij
zien om deze reden de toepassing van
ontkiemingsinstallaties die chemicaliën
toevoegen aan het drinkwater als tijdelijke
(tussen-)oplossing totdat er betere milieuvriendelijke
systemen op de markt zijn
gekomen.
Er wordt soms reclame gemaakt met
apparatuur welke het inkomende drinkwater
‘steriliseert’.
Dit soort apparatuur werkt slechts
wanneer men er zeker van kan zijn dat de
unit intern steriel is. Gezien het risico van
terugzuiging (retractie of backflow), het
terugstromen van gecontamineerd water in
de leiding van de unit bijvoorbeeld bij het
stoppen van een airrotor, is het zeker dat het
voeden van een unit met steriel water
onvoldoende garantie geeft op een goede
kwaliteit van het uitstromende koel-/spoel-
/spraywater.
Bovendien zal contaminatie van
steriel water met een enkel micro-organisme,
bij gebrek aan natuurlijke vijanden, in korte
tijd leiden tot een sterk gecontamineerde unit.
Een regelmatige reiniging danwel een
continue desinfectie blijft daarom vereist.
Uit onze inventarisatie van beschikbare
apparatuur onder alle Nederlandse
leveranciers van tandheelkundige units
concluderen wij dat er veel claims worden
gelegd welke onvoldoende zijn gebaseerd op
deugdelijke onderbouwing.
De mogelijke destructieve effecten
van het toepassen van ontkiemingsinstallaties
op de unit zijn zeer moeilijk in te
schatten.