Uw zoekopdracht komt in het volgende document voor:

Document: persbericht_bea_wetgeving.pdf

Klik hier om de pdf te downloaden

P E R S B E R I C H T
inzake elektrisch en elektronisch afval.
Inwerkingtreding.
Vanaf zaterdag 13 augustus 2005 treedt het “Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur”
(BEA-besluit) in Nederland in werking. Dit Besluit reguleert de verwijdering en recycling van niet meer
bruikbare elektrische en elektronische apparatuur op (vrijwel) dezelfde wijze als we nu kennen vanuit de
zgn. wit- en bruingoedsector. Het Besluit is direct afgeleid van de Europese Richtlijn 2002/96/EG. Met
deze Richtlijn dienen lidstaten van de EU er zorg voor te dragen dat in alle lidstaten regelgeving op dit
terrein van kracht wordt. Landen als Zwitserland en Zweden zijn ons al voorgegaan met het
inwerkingstellen van deze wettelijke bepalingen en andere landen bereiden zich op deze wetgeving voor.
Uitvoering en handhaving.
In Nederland is de uitvoering van deze wetgeving door het verantwoordelijke Ministerie (VROM) uit
handen gegeven aan de Stichting Metalektro Recycling (SMR) en de daadwerkelijke recycling geschiedt
in opdracht van de SMR door de Stichting Nederlandse Verwijdering Metalektro Producten (NVMP).
De werkwijze van deze uitvoering staat beschreven in het “Uitvoeringsplan verwijderingstructuur van
elektrische en elektronische apparatuur” van de NVMP met name in het “Bijzondere Deel aangaande
Medische- en Gezondheidsapparatuur”. De controle op deze wetgeving is in handen van ambtenaren van
VROM die ondertussen de nodige ervaringen hebben opgedaan met de verwijdering en recycling van witen
bruingoed. Overtreding van deze wetgeving kan een vervolging op grond van de Wet Economische
Delicten tot gevolg hebben met een maximale boete van (op dit moment) € 450.000,-.
De VGT heeft met alle partijen voor de gehele branche inmiddels sluitende afspraken gemaakt over de
totale recycling van niet meer bruikbare tandheelkundige en tandtechnische elektrische en elektronische
apparatuur (hierna te noemen: BEA apparatuur).
Verschillende afvalstromen.
De kern van deze afspraken is dat ontdoeners van BEA-apparatuur (tandartsen, mondhygiënisten,
tandtechnische laboratoria, tandprothetisten, instituten etc.) vanaf 13 augustus 2005 alle BEA apparatuur
gratis bij alle dentalondernemingen (lid of geen lid van de VGT) kunnen inleveren. De ontdoener is
overigens niet verplicht om deze apparatuur via de dentalonderneming in te leveren. Door deze oude
apparatuur evenwel in te leveren via de dentalonderneming is de ontdoener er wel 100% zeker van dat er
een goede verwijdering en recycling van de apparatuur zal plaatsvinden.
Dentalondernemingen zijn verplicht de aangeboden apparaten te accepteren (ook al heeft de
oorspronkelijke levering via een andere dentalonderneming plaatsgevonden), mee te nemen en er zorg
voor te dragen dat deze apparatuur op de voorgeschreven wijze wordt ingeleverd voor recycling.
Deze innameplicht geldt alleen op alle typen en modellen apparatuur die ook door de dentalonderneming
worden verkocht. Zo kan bijvoorbeeld een dentalonderneming de inname van een oud röntgenapparaat
weigeren als deze dentalonderneming zelf geen röntgenapparatuur verkoopt.
In beginsel geldt het principe ‘oud innemen bij nieuw leveren’.
Bij de dentalonderneming wordt deze apparatuur eerst (grof) gescheiden in:
a) plastic covers en bekleding;
b) metaaldelen zonder plastic delen of bekleding;
c) klein apparatuur, onderdelen, printplaten etc.;
d) vervuild afval.
De afvalstromen a t/m c worden periodiek door de dentalonderneming (na melding aan de NMVP)
ingeleverd bij een zgn. Regionaal Overslag Station (ROS) waarvan er over heel Nederland 17 zijn
aangewezen en waar de eerste sorteerslag plaatsvindt. Hier worden de afvalstromen ook gewogen en
verder geregistreerd.

De vierde afvalstroom (vervuild afval) zorgt voor extra problemen. De verwerking van het BEA afval bij
het ROS is namelijk gebaseerd op de aanlevering van ‘schoon’ afval. Onder de BEA apparatuur valt
evenwel ook vervuild afval, zoals afzuigslangen met parkeerblokken, separatievaten en – automatieken,
amalgaamafscheiders (inbouw en extern) en spittoons; deze apparatuur is allemaal verontreinigd met
gecontamineerde afvalresten, vaak ook met amalgaamresten. Ook röntgenkoppen (die inwendig
verontreinigd zijn met PCB houdende olie) vallen onder de noemer ‘vervuild afval’.
Besloten is dat de dentalonderneming dit ‘vervuild afval’ bij binnenkomst meteen scheidt van het overige
afval en dat dit vervuild afval eerst ter reiniging naar Metalchem/DRS in Zuidbroek gaat en pas na
gereinigd te zijn door Metalchem/DRS wordt afgeleverd bij een ROS.
Classificatie apparatuur.
Zoals gezegd valt alle elektrische en elektronische tandheelkundige en tandtechnische apparatuur
onder de BEA regelgeving. Omdat BEA apparatuur pas als zodanig ‘erkend’ wordt nadat deze is gemeld
op de BEA-lijst heeft de VGT alle in de branche voorkomende apparatuur gerubriceerd, ingedeeld en een
gemiddeld gewicht per apparaat toegekend. De laatste lijst van 28 juli 2005 treft u bijgaand aan.
Op basis hiervan kon de NVMP een redelijke schatting maken over de te verwachten afvalstroom in
kilogrammen en konden de verwijderingsbijdragen berekend worden.
Verwijderingsbijdragen.
Ter financiering van de totale kosten van verwijdering en recycling van alle BEA-apparaten heeft de VGT
een aantal zgn. ‘sleutelapparaten’ aangegeven waarop de verwijderingsbijdragen geheven zal gaan
worden. Deze verwijderingsbijdrage zal alleen geheven worden bij de verkoop van nieuwe
‘sleutelapparaten’ die op de Nederlandse markt verkocht worden. Op occasion apparatuur is de
verwijderingsbijdrage dus niet van toepassing.
Het totaal aan verwijderingsbijdragen (nogmaals: alleen van toepassing op nieuwe sleutelapparaten!)
moet voldoende zijn om het totaal aan te verwijderen en te recyclen BEA apparaten te financieren.
Nieuwe apparaten die niet voor de verwijderingsbijdrage in aanmerking komen moeten WEL als
toegelaten apparaat vermeld worden op de VGT BEA-apparatenlijst.
Sleutelapparaten.
Op dit moment zijn op voorstel van de VGT als sleutelapparaten door de Minister van VROM
aangewezen:
a. autoclaven: verwijderingsbijdrage € 30,- (deze bijdrage is per 01-01-2009 gestopt; EK)
b. röntgenapparaten : verwijderingsbijdrage € 50.-
c. patiëntenbehandelstoelen : verwijderingsbijdrage € 70,-
Alle genoemde bedragen zijn exclusief BTW en de verwijderingsbijdrage moet APART op de factuur
vermeld worden.
Definities:
a. een autoclaaf is een apparaat voor het steriliseren van (gebruikt) instrumentarium (waaronder ook
begrepen hand- en hoekstukken) door middel van stoomsterilisatie;
b. een röntgenapparaat is een apparaat waarbij röntgenstraling wordt opgewekt en welke gebruikt wordt
voor het maken van analoge of digitale röntgenopnames;
c. een patiëntenbehandelstoel is een apparaat waar de patiënt in plaats neemt om een tandheelkundige
behandeling te ondergaan, ongeacht wie deze behandeling uitvoert (tandarts, mondhygiënist,
tandprothetist e.d.)
Periodiek zal geïnventariseerd en gecontroleerd worden of de opbrengsten uit de verwijderingsbijdragen
synchroon lopen met de kosten van de verwijdering en recycling. Indien nodig zal bij Ministeriële
Regeling de bijdrage verhoogd of verlaagd worden danwel zullen sleutelapparaten toegevoegd of
verwijderd worden.

Administratieve verplichtingen.
Alle dentalondernemingen (lid of geen lid van de VGT) zijn verplicht om per 13 augustus 2005 de
verwijderingsbijdrage te heffen over alle nieuwe sleutelproducten, ook als de levering plaats vindt op
basis van een door beide partijen getekende offerte of orderbevestiging waarop deze bijdrage nog niet
vermeld staat. De factuurdatum is bepalend voor de heffing van de verwijderingsbijdrage.
Deze bijdragen moeten periodiek, onder aftrek van de door de dentalonderneming betaalde bijdragen,
door de dentalonderneming worden afgedragen aan de SMR/NVMP.
Alle betrokkenen in de keten (fabrikanten, importeurs en dentalondernemingen) dienen hun administratie
zo in te richten dat gecontroleerd kan worden hoeveel verwijderingsbijdrage afgedragen moet worden.
Ook de aantallen ‘sleutelapparaten’ per stuk dienen aangetoond te kunnen worden, zowel aan de inkoopals
aan de verkoopzijde van de administratie.
Free-riders.
De VGT heeft voor al haar leden collectieve afspraken over de uitvoering van deze BEA-wetgeving
gemaakt.
Deze afspraken gelden voor de gehele branche en met deze afspraken kan iedere ontdoener (de
eindgebruiker) van BEA apparatuur er zeker van zijn dat de afgedankte apparatuur op een nette en
schone wijze wordt verwijderd, gereinigd en gerecycled.
Ook fabrikanten en niet-leden van de VGT moeten zich uiteraard aan de uitvoering van de BEAwetgeving
houden en zijn ook gehouden aan de afspraken zoals deze nu zijn vastgesteld. Met name de
laatste groep dient er rekening mee te houden dat er een strenge controle zal zijn hoe ZIJ omgaan met
deze wetgeving, met name omdat zij (als ‘free-riders’) niet op het VGT collectief kunnen meeliften en dus
op een andere wettelijke voorgeschreven wijze hun afvalstroom moeten inrichten en administreren.
Voor verdere informatie over dit onderwerp verwijzen u graag naar de VGT website naar het tabblad
‘afvalverwerking en verwijderingsbijdrage’.
Ed Kolsteeg
secretaris VGT
1 augustus 2005