Uw zoekopdracht komt in het volgende document voor:

Document: igz_onderzoek_19980511.pdf

Klik hier om de pdf te downloaden

INSPECTIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
Postbus 5850
2280 HW RIJSWIJK
telefoon 070-340 5790
telefax 070-340 5394
Infectiepreventie in de tandartspraktijk
Onderzoek naar de implementatie van de WIP-richtlijn
Rijswijk, 11 mei 1998
Samenvatting
In juli 1995 verscheen de richtlijn tandheelkunde van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP).
Deze richtlijn is met instemming van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der
Tandheelkunde (NMT) en de Gezondheidsraad tot stand gekomen. De NMT heeft, als
koepelorganisatie van de tandartsen, zich veel moeite getroost deze richtlijn onder de
aandacht te brengen van het tandheelkundige zorgveld.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in 1997 een uitgebreid onderzoek uitgevoerd
naar de mate van implementatie van deze richtlijn. Dit onderzoek bestond uit een
omvangrijke schriftelijke enquête (900 tandartsen) en 63 praktijkbezoeken.
Uit dit onderzoek blijkt dat, sedert de publicatie van de WIP-richtlijn in 1995, tandartsen veel
organisatorische maatregelen hebben genomen om de infectiepreventie te verbeteren. Er is
fors geïnvesteerd in apparatuur. De thermische desinfector heeft in veel praktijken (35%) zijn
intrede gedaan. Heteluchtsterilisatoren zijn vrijwel verdwenen uit de tandartspraktijk en
vervangen door de aanbevolen stoomsterilisatoren (autoclaven). In specifieke apparatuur
voor het behandelen van hoekstukken is echter vrijwel niet geïnvesteerd en de controle op
de juiste werking en het onderhoud van apparatuur is over het algemeen slecht geregeld.
Teneinde de verdere implementatie van de WIP-richtlijn te bevorderen, wordt aanbevolen:
• de kennis over infectiepreventie, over apparatuur en desinfectantia, bij tandartsen en
assistentes te verbeteren;
• adequate en ‘goedgekeurde’ apparatuur voor behandeling van hoekstukken zo spoedig
mogelijk op de markt te brengen;
• het onderhoud en de controle van apparatuur te structureren;
• ook aandacht te besteden aan eenvoudige maatregelen voor verbetering van de
infectiepreventie;
• het organiseren van deskundige advisering van tandartsen inzake infectiepreventie.
Vanuit de beroepsorganisatie (NMT), de toeleveranciers van tandartsen (VGT), de overheid,
zorgverzekeraars, consumenten/patiënten en het onderwijs kunnen bijdragen worden
geleverd aan voortgang van de implementatie van de Richtlijn Tandheelkunde van de
Werkgroep Infectiepreventie.
Conclusies
1. Tandartsen zijn goed op de hoogte van het bestaan van de richtlijn van de Werkgroep
Infectiepreventie en hebben in ruime mate deelgenomen aan de
voorlichtingsbijeenkomsten van de beroepsorganisatie (NMT).
2. De kennis over infectiepreventie (theorie en praktische uitvoering), over apparatuur en
desinfectantia is bij tandartsen vaak beperkt, ondanks de herhaalde voorlichting via de
NMT en de tandheelkundige vakbladen.
3. Sedert de publicatie van de WIP-richtlijn tandheelkunde in juli 1995 hebben tandartsen
veel maatregelen genomen om de infectiepreventie, conform de aanbevelingen, te
verbeteren.
4. De thermische desinfector heeft op grote schaal zijn intrede gedaan in de
tandartspraktijk.
5. Heteluchtsterilisatoren zijn vrijwel verdwenen uit de tandartspraktijk. De meeste
sterilisatoren zijn thans autoclaven.
6. In specifieke apparatuur voor het behandelen van hoekstukken is vrijwel niet
geïnvesteerd. Het behandelen van hoekstukken is sedert 1990 nauwelijks gewijzigd en
voldoet in de meerderheid van de tandartspraktijken niet aan de WIP-richtlijn.
7. De controle op de juiste werking en het onderhoud van apparatuur (met name van
autoclaven) is slecht geregeld.
8. Tandartsen gebruiken veel minder verschillende soorten desinfectantia dan in 1990 en
1994. Alcohol voor het desinfecteren van gecontamineerde vlakken en handvatten e.d.
wordt zeer algemeen toegepast.
9. Tandartsen dragen (vrijwel) altijd handschoenen en meer systematisch dan in 1990. Een
kwart van de tandartsen ziet bij een beperkt aantal behandelingen wel eens af van het
dragen van handschoenen. Eén op de vijf tandartsen trekt niet voor iedere patiënt
nieuwe handschoenen aan.
10. Er zijn vaak eenvoudige en niet kostbare maatregelen te nemen die de kwaliteit van de
infectiepreventie in de tandartspraktijk kunnen verhogen.
Aanbevelingen
Organisatorische aspecten
• Deskundigheid
Tijdens de opleiding van tandartsen dient meer aandacht besteed te worden aan de theorie
en de praktijk van de infectiepreventie. Ook onderwijs inzake medische hulpmiddelen dient
een structureel onderdeel uit te maken van de tandheelkundige opleidingen. In bij- en
nascholing dient meer aandacht besteed te worden aan vooral de praktische uitvoering van
de infectiepreventie.
Aan scholing van assistentes, die vaak een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de
infectiepreventie, moet meer aandacht worden besteed.
• Praktische uitvoering
Tandartsen dienen meer aandacht te besteden aan eenvoudige maatregelen, zoals het
verbeteren van de scheiding tussen ‘vuil’ en ‘schoon’, het ordelijker inrichten van
werkbladen, het gebruik van papieren handdoeken, het elimineren van handbediende
kranen en afvalbakken en aan het vermijden van het dragen van sieraden.
Gebruik van desinfectantia
Voorlichting (vanuit de NMT en de leveranciers) over en toezicht (vanuit de inspecties) op de
juiste toepassing van desinfectantia blijft noodzakelijk.
Dragen van handschoenen
De noodzaak van het vervangen van handschoenen na elke patiënt is (ook internationaal)
binnen de infectiepreventie onomstreden. Een verslapping van deze discipline moet
voorkomen worden.
Het registreren op een centraal punt (NMT) van het optreden van allergie ten gevolge van
het dragen van handschoenen is, met het oog op mogelijke toename in de toekomst,
raadzaam.
Apparatuur
• Investeringsproblematiek
Het gebruik van investeringsregelingen (zoals de VAMIL- en FARBO-regeling) moet worden
bevorderd door apparatuur ten behoeve van infectiepreventie in de tandartspraktijk onder die
regelingen te brengen.
• Apparatuur voor behandeling van hoekstukken
De tandheelkundige professie moet, in overleg met de toeleveranciers, een stappenplan
opstellen, waarin duidelijke termijnen worden afgesproken over het beschikbaar komen van
apparatuur en over de keuring van apparatuur.
• Controle, onderhoud en validatie van apparatuur
Vanuit de bedrijven die onderhoud aanbieden (dental depots, fabrikanten) is een
systematischer aanpak van controle, onderhoud en validatie van apparatuur gewenst. Hierbij
behoort een schriftelijke verantwoording van onderhoudswerkzaamheden zoals controle op
goede en veilige werking en de validatie van apparatuur een vanzelfsprekendheid te worden.
De koepelorganisatie van tandartsen kan hieromtrent met betrokken bedrijven goede
afspraken maken. De individuele tandarts zal eisen moeten stellen aan de kwaliteit van
onderhoud en validatie van apparatuur en af te geven verklaringen van verrichte
werkzaamheden.
Betrokken actoren
Beroepsorganisatie (NMT)
• Samenwerking met leveranciers, dental depots en keuringsinstituten met betrekking tot
producten, apparatuur en het onderhoud daarvan, verdient alle aandacht.
• Het is noodzakelijk op korte termijn een beslissing te nemen over de toekomst van het
initiatief van de NMT om zelf specifieke apparatuur voor hoekstukken te ontwikkelen.
• De beroepsorganisatie moet een meer actieve professionele ondersteuning bieden bij het
investeringsbeleid van tandartsen als onderdeel van goed ondernemerschap.
• Het (mede) organiseren van deskundige advisering aan tandartsen inzake
infectiepreventie, op individueel niveau (in de tandartspraktijk), kan verdere verbetering
van infectiepreventie bevorderen.
• Het bevorderen van onderlinge toetsing en afstemming tussen tandartsen is van groot
belang voor het optimaliseren van de infectiepreventie in de tandartspraktijk.
Overheid
• Vanuit de overheid dient zorgvuldig te worden beoordeeld of verwerking van de financiële
consequenties van de WIP-richtlijn op passende wijze in tarieven is of kan worden
gerealiseerd.
• Van overheidswege kan een bijdrage geleverd worden aan het opnemen van apparatuur
voor infectiepreventie in investeringsregelingen.
• De Inspectie voor de Gezondheidszorg kan de ontwikkeling van een
beoordelingssysteem (van effectiviteit, veiligheid en validatie) van apparatuur ten behoeve
van infectiepreventie in de tandartspraktijk bevorderen.
Zorgverzekeraars
• Zorgverzekeraars kunnen bij het contracteren van tandartsen, het voldoen aan de WIPrichtlijn
als voorwaarde stellen. Aan verzekerden kan een dergelijke kwaliteitseis kenbaar
worden gemaakt. Dit kan leiden tot een veiliger gevoel bij verzekerden mits, in goed
overleg met betrokken tandartsen, een dergelijke eis toetsbaar wordt gemaakt.
Consumenten/patiënten
• Consumenten/patiëntenorganisaties kunnen in voorlichtende zin hun leden behulpzaam
zijn bij het globaal beoordelen van tandartspraktijken op praktijkhygiëne.
Onderwijs
• In de opleiding én in bij- en nascholing van tandartsen en assistentes dient meer
aandacht gegeven te worden aan vooral de practische uitvoering van infectiepreventie.
Slot
Sinds de publicatie van de WIP-richtlijn hebben tandartsen veel maatregelen genomen om
de infectiepreventie te verbeteren maar een optimale situatie is zeker nog niet bereikt. Het
blijkt noodzakelijk dat er nog steeds prikkels worden gegeven om aan verdere verbetering te
werken. Het onderzoek van de inspectie is op zichzelf al zo’n stimulans gebleken. De
infectiepreventie in de tandartspraktijk, die sedert de manifestatie van het HI-virus sterk in de
belangstelling staat, kan na verdere implementatie van de WIP-richtlijn, een voorbeeldfunctie
vervullen voor de extramurale gezondheidszorg, ook gezien vanuit internationaal perspectief.